Dutch Word · Intermediate

zitvlees

flesh on one's buttocks

Pronunciation: /ˈzɪt.fleːs/

Meaning

flesh on one's buttocks

Example

Nog lang nadat ze haar werk af had, gloeide haar hoofd met een rusteloze helderheid. Geen zitvlees om naar beneden te gaan en tv te kijken of een boek te lezen.

I use the word "zitvlees".

Practice tips

More Dutch intermediate vocabulary

Learn more Dutch